Een laadkabel verleng je nooit
Tussen een laadpaal en je auto zit een laadkabel met aan beide kanten een laadstekker. Daar hoort geen verlengstuk tussen: de laadpaal en de auto controleren samen de verbinding, en een verlengstuk ertussen is niet veilig. Is de kabel te kort, kies dan een langere laadkabel, tot 20 meter.
Een mobiele lader: alleen als het mag
Een mobiele lader steek je in een stopcontact. Tussen het stopcontact en de lader kan een verlengkabel, maar alleen als de handleiding van je lader dat toestaat; veel fabrikanten raden het af. Een mobiele lader trekt urenlang veel stroom, en elke extra verbinding is een plek waar warmte kan ontstaan.
Waar let je op?
- Eén kabel, niet twee achter elkaar en geen stekkerdoos.
- Extra dikke aders: minimaal 3×2,5 mm². Een gewoon verlengsnoer van 1,5 mm² wordt bij urenlang laden te warm.
- Zo kort mogelijk, en helemaal afgerold. Een opgerolde haspel kan heet worden.
- Houd de koppeling droog en van de grond.
- Laad op een lagere stand, bijvoorbeeld 10A, en voel na een half uur aan de stekkers. Lauw is normaal, heet niet.
Onze verlengkabels hebben aders van 3×2,5 mm², van 5 tot 30 meter en ook voor krachtstroom (CEE). Gebruik de meervoudige uitvoeringen niet om je auto te laden.
Liever geen verlengkabel?
Staat je auto vaak ver van het stopcontact, dan is een langere oplossing vaak beter: een mobiele lader met een langere kabel, of een laadpaal op een bevestigingspaal dicht bij je parkeerplek. Lees ook Auto opladen via een stopcontact: kan dat veilig?